Deze verkenning gaat dieper in op de rol die het Klein Seminarie speelde in de Vlaamse beweging. De aandacht die in de 19e eeuw werd gegeven aan het taalonderwijs, in het bijzonder ook aan de moedertaal, het Vlaams, en de literaire virtuositeit van uitzonderlijke leraren als Gezelle en Verriest, vormden de basis van een Vlaamsgezinde studentenbeweging. De groeiende radicaliteit ervan bracht de collegeoverheid in verlegenheid en escaleerde in een conflict tussen poësisleerling Albrecht Rodenbach en superior Delbar. Deze zogenaamde Groote Stooringe legde de kiem van de katholieke Vlaamse studentenbeweging of Blauwvoeterie in de Vlaamse colleges en aan de universiteit van Leuven.