naar Homepagina   brandpunten het erfgoed virtueel bezoek de projecten bezoek het seminarie het archief
 
                       
 
    Moeizame start 1806-1830  
   

Na het concordaat van Napoleon met paus Pius VII in 1801 kreeg de Kerk wat meer bewegingsvrijheid. In het heropgerichte bisdom Gent, waarin nu ook de vroegere bisdommen Brugge en Ieper waren opgenomen, vatte bisschop Mgr. Fallot de Beaumont in 1805 het plan op om een kleinseminarie op te richten. Lodewijk-Albert Caytan, de gewezen vicaris-generaal van het bisdom Brugge en oud-leerling van het Roeselaarse augustijnencollege, stelde alles in het werk om de bisschop ervan te overtuigen hiervoor de leegstaande panden van de augustijnen in Roeselare aan te kopen. Op 27 mei 1806 opende het bisschoppelijk Klein Seminarie zijn deuren. Voorlopig werd alleen humanioraonderwijs aangeboden. In 1809 studeerde de eerste retoricaklas af, maar al in 1812 werd het Klein Seminarie op keizerlijk bevel gesloten. De superior en zijn leraren wilden zich niet onderwerpen aan staatsinmenging in de programma’s. Na de val van Napoleon in 1814 werd het Klein Seminarie heropend. In 1816 telde het Klein Seminarie 200 leerlingen.

De Hollandse tijd (1814-1830) bleef minstens even onzeker: Koning Willem I wantrouwde zo mogelijk nog meer de opleidingen van de katholieke Kerk en liet het Klein Seminarie opnieuw sluiten.

 

 
   
  volgende
 
   
Bisschop Mgr. Fallot de Beaumont Superior Bernard Nachtergaele Zicht op het Klein Seminarie portret Alexander Rodenbach Mandelgebouw met wapen van Mgr. de Broglie
 
     
                       
shop met publicaties over het seminarie
downloadzone
contacteer ons