naar Homepagina   brandpunten het erfgoed virtueel bezoek de projecten bezoek het seminarie het archief
 
                       
 
    Het Collegium Augustino-Rollariense 1635-1797  
   

Het 19e-eeuwse humanioraonderwijs bleef in augustijnse traditie gericht op de vorming van een leidinggevende elite van gelovige intellectuelen, zowel leken als toekomstige priesters. Het Klein Seminarie werd door de bisschoppen gekoesterd als de parel aan de onderwijskroon. Vooral Mgr. Joannes-Baptista Malou en zijn opvolger Mgr. Joannes-Josephus Faict, oud-superior van het Klein Seminarie, stuurden met dit doel hun literair meest begaafde priesters als leraar naar Roeselare. We noemen Leo De Foere (1807), Domien Cracco (1810), Jan-Baptist De Corte (1831), Bruno Van Hove (1849), Guido Gezelle (1854) en Hugo Verriest (1867).

Het leerprogramma van de humaniora bestond uit drie of vier jaar grammatica met een bekroning in de poësis en retorica. Door de jaren heen stonden talloze priesters dag in dag uit ten dienste van de leerlingen. Zij bouwden een veelzijdig collegeleven uit. Bij het gouden jubileumfeest van 1856 telde het Klein Seminarie 403 leerlingen. Het was daarmee het grootste college van het bisdom.

 
   
  volgende
 
   
Mgr. Joannes-Baptista Malou Mgr. Joannes-Josephus Faict Domien Cracco Guido Gezelle, leraar aan het Klein Seminarie de lettergilde het blauwvoetmonument superior Henri Delbar  
 
     
                       
shop met publicaties over het seminarie
downloadzone
contacteer ons